Home Praktijk Logopedie Vergoedingen Aanmelden Contact Links
Logopedie Nieuwland Logopedie Nieuwland
Logopedie
Eten-drinken-slikken
Stem
Spraak
Taal
Gehoor

Spraak

 

Spraak wordt vaak verward met taal. De spraak is een manier om de taal te uiten; het praten. Met onze mond en tong maken we bewegingen om klanken en woorden te kunnen vormen.

Als iemand onduidelijk spreekt of bepaalde klanken niet goed uitspreekt, dan noemen we dit een spraakprobleem. Er zijn veel verschillen in spraakproblemen, bijvoorbeeld:

  • het weglaten van klanken ('toel' in plaats van 'stoel')
  • het vervangen of vervormen van klanken ('soet' in plaats van 'voet')
  • binnensmonds spreken
  • slissen of lispelen
  • door de neus spreken (hyper- of hyponasaal)
  • spreken met een 'dubbele' tong
  • problemen met het spreektempo (te snel of te langzaam spreken)

Wat is een vertraagde spraakontwikkeling?

Men spreekt van een vertraagde spraakontwikkeling als de spraak van het kind duidelijk achterblijft bij die van leeftijdgenootjes.

Jonge kinderen spreken de woorden meestal onvolledig uit. Bijvoorbeeld 'toe' voor 'stoel' of 'ba' voor 'bal'. Sommige kinderen blijven langer dan normaal uitspraakfouten maken. Dit kan de verstaanbaarheid zodanig beïnvloeden dat het kind zich soms niet duidelijk kan maken. Een kind van vijf jaar kan de meeste klanken goed uitspreken.

Een vertraagde spraakontwikkeling gaat vaak samen met een vertraagde taalontwikkeling maar dit is zeker niet altijd zo. Soms is de oorzaak van de slechte verstaanbaarheid een verbale ontwikkelingsdyspraxie; dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken.

Een vertraagde spraakontwikkeling kan op verschillende manieren veroorzaakt worden. Er zijn bijvoorbeeld afwijkingen in tong, lippen en/of gehemelte bijvoorbeeld bij een schisis (een spleet in lippen, kaak en-of gehemelte). Neurologische letsels, een verminderd gehoor of een verstandelijke handicap kunnen de spraakontwikkeling ook belemmeren.

Wat doet de logopedist?

De logopedist zal nagaan welke stoornissen het spreken van het kind beïnvloeden. Soms is daarbij onderzoek door een kinderarts of kno-arts nodig. De logopedische behandeling kan indirect of direct zijn. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind bij het spreken kunnen stimuleren.

Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist heeft verschillende methodes ter beschikking waarbij op een speelse manier met het kind wordt geoefend. Er worden luisteroefeningen gedaan waarbij het kind leert minimale verschillen tussen woorden te onderscheiden. Het zelf correct uitspreken van voor het kind moeilijke klanken en klankcombinaties wordt eveneens geoefend. Een vertraagde spraakontwikkeling kan goed behandeld worden; het resultaat hangt onder andere af van de oorzaak.

Ook kan een nasaliteitsstoornis de spraak negatief beinvloeden. Men spreekt van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (de klank) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus.

 

Wat zijn afwijkende mondgewoonten?

Onder afwijkende mondgewoonten worden die gewoonten verstaan die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, het spreken en het gehoor. Open-mondgedrag, afwijkend slikken en speen-, vinger- en duimzuigen zijn afwijkende mondgewoonten.

De meeste mensen ademen door hun neus, tenzij de neusdoorgang onvoldoende is. Er zijn verschillende factoren die de neusdoorgang kunnen vernauwen. Verkoudheden en allergieën zijn hier voorbeelden van. Er wordt dan tijdelijk meer door de mond geademd. Als dit mondademen blijft bestaan terwijl de neus weer doorgankelijk is, wordt de neus nauwelijks meer gebruikt en kunnen de mondspieren verslappen. Dit heeft verschillende gevolgen. Bij mondademen droogt de mond uit. Daardoor hoeft er veel minder geslikt te worden. Dit heeft tot gevolg dat de buis van Eustachius, die de neusholte met het oor verbindt, te weinig wordt gereinigd. De kans op oorontstekingen neemt hierdoor toe.

Een ander gevolg van mondademen is dat de tong laag onder in de mond ligt. De tong wordt dan tussen de tanden geperst bij het slikken. Doordat de tong tijdens dit afwijkend slikken telkens tegen de tanden duwt, kunnen de tanden scheef gaan staan. De tong kan niet alleen bij het slikken, maar ook bij het spreken tussen de tanden komen. Slissen is dan het gevolg; het spreken wordt er onduidelijk van.

Een andere afwijkende mondgewoonte is het duimzuigen. Het zuigen op een duim, vinger of speen is normaal bij een baby en peuter, omdat zij nog een grote zuigbehoefte hebben of omdat het veiligheid biedt. Daarna wordt het een gewoonte die vaak lastig is af te leren. De tanden kunnen hierdoor scheef groeien en de spraak kan door de slapte van de tong beïnvloed worden.

Wat doet de logopedist?

De logopedist kan adviseren of en wanneer behandeling nodig is en welke therapie het meest effectief is.

Mondademen moet bij kinderen zo vroeg mogelijk worden gestopt, omdat dit terugkerende verkoudheden en oorontstekingen kan voorkomen. De behandeling zal vooral gericht zijn op lipsluiting. Er worden oefeningen gegeven die de spieren van de tong en lippen versterken; andere oefeningen bevorderen het ademen door de neus. Het is wenselijk het duimzuigen of het afwijkend slikken vóór de wisseling van de voortanden af te wennen, omdat dit een nadelige invloed heeft op de gebitsontwikkeling. Wanneer de tong ook tussen de tanden komt bij spreken, het slissen, zal ook gestart worden met logopedie, liefst zo snel (jong) mogelijk om het foutieve spreekgedrag zo snel mogelijk te veranderen.

Ook kunnen er problemen zijn in de mond- en tongbewegingen waardoor het spreken bemoeilijkt wordt, bijvoorbeeld bij een spierziekte, een halfzijdige aangezichtsverlamming of afwijkingen in het mondgebied na een ongeval/operatie of als gevolg van een zogenoemde neurodegeneratieve ziekte (zoals de ziekte van Parkinson, MS, ALS).

Logopediepraktijk Nieuwland heeft verschillende materialen ter beschikking om spraak te verbeteren. Allereerst wordt u of wordt uw kind alert gemaakt op het spraakprobleem en vervolgens wordt stap voor stap geoefend om de spraak te verbeteren.

Logopedie Nieuwland • Zeldertsedreef 11-B • 3824 EJ Amersfoort • T 033 463 43 09 • praktijk@logopedienieuwland.nl
©2014 Logopedie Nieuwland Webdesign: Marc Verburg | Fotografie: Jack Tillmanns